Thursday, June 12, 2008

Aantekening Taliban en Deobandisme

Het “deobandisme” is een stroming die in de 19e eeuw ontstond in de stad Deoband in India toen het gebied nog werd overheerst door de Britten. De Taliban zouden volgens de Pakistaanse journalist Ahmed Rashid de overtuiging van de Deobandi’s veel extremer hebben doorgevoerd.

Volgens Ahmed Rashid (Taliban: 2001): “De deobandi streefden naar een nieuwe generatie van ontwikkelde moslims die de islamitische waarden zouden doen herleven op basis van intellectuele kennis, spirituele ervaring, sharia en Tariqah (het juiste pad). De deobandi wensten de rol van vrouwen te beperken en waren tegen alle vormen van hiërarchie in de moslimgemeenschap [wel de vroomste moet de voorganger zijn/ Mullah Omar bij de Taliban dus] en wezen het shi’isme af. Maar de Taliban voerden deze overtuiging veel extremer door dan de oorspronkelijk deobandi’s ooit gedaan zouden hebben.”

In 1994 “vonden” de Taliban 50.000 tot 70.000 kalashnikovs. Pakistan had ingezet op de Taliban om Afghanistan veilig te maken voor handelsroutes naar de nieuwe republieken ten noorden van Afghanistan. De doelstellingen van de Taliban waren: een eind maken aan de corruptie, een eind maken aan de macht van krijgsheren, de sharia invoeren en de bevolking ontwapenen en Afghanistan veilig maken.

Een eind maken aan de corruptie lukte ze volgens verschillende bronnen ook wel.

Maar de Taliban ze ontnamen de rechten van vrouwen en daardoor waren ze internationaal niet populair Daarnaast worden ze er door mensenrechtenorganisaties van beschuldigd dat ze evenals de krijgsheren op grote schaal de mensenrechten schonden naast dat ze ervan werden verdacht onderdak te verlenen aan Al-Qaida.

Friday, May 9, 2008

Kolonel noemt voorjaarsoffensief van de Taliban “een mythe”

Kolonel Johnson, een hoge commandant van de Amerikaanse troepen in zuidoost Afghanistan, heeft vrijdag gezegd dat er geen sprake is van een zogenoemd “lenteoffensief” van de Taliban. Hij noemde zoiets “een mythe”. Hij verwacht wel een toename van activiteiten.

Kolonel Pete Johnson van de Amerikaanse 101 Luchtlandingsdivisie vertelde dit in een interview aan het persbureau Reuters. Hij leidt zes provincies in het Regionaal Commando Oost van de International Security Assistance Force.

Hij zei dat er vorig jaar geen sprake was van een lenteoffensief, en dit jaar ook niet, en het zal ook niet komen.

Johnson verwacht “absoluut” dat er een toename komt in de activiteiten van de opstandelingen, maar dat dit geen gecoördineerd offensief is.

Traditioneel gezien voeren de militanten na de winter de aanvallen op wanneer het bergachtige terrein en wegen over de grens met Pakistan beter toegankelijk zijn na het smelten van de sneeuw.

De grond in de lente is ook beter te gebruiken om er bermbommen in te planten. De afgelopen tijd valt er een toename in het aantal aanvallen met bermbommen te bespeuren.

Vergeleken met vorig jaar is in de eerste drie maanden van dit jaar het aantal directe aanvallen van opstandelingen op troepen van de VS en het Afghaanse leger door hinderlagen met 50 procent afgenomen.

Het aantal aanvallen met bermbommen is ongeveer gelijk gebleven, aldus de kolonel.

Johnson zei verder dat een eventuele vredesovereenkomst tussen de rebellen aan de Pakistaanse kant van de grens en de Pakistaanse regering problemen kan opleveren wanneer militanten daardoor meer bewegingsvrijheid krijgen.

De verhouding met het Pakistaanse leger aan de andere kant van de grens noemde Johnson goed. Er vindt maandelijks een ontmoeting plaats om de strategie te coördineren.

De 101 Airborne Division heeft in april het commando overgenomen als Combined Joint Task Force 101 over de Amerikaanse troepen in Afghanistan.

De divisie leidt daarnaast het Regionaal Commando Oost van de ISAF-veiligheidsmacht waarvan het hoofdkwartier is gevestigd op de luchtmachtbasis Bagram.

Johnson zei dat de omgang “van gezicht tot gezicht” met de Afghaanse leiders van groot belang is.

Officieren van de kolonel hebben zich verdiept in de Pashtunwalli, de ethische gedragscode van de Pathaanse bevolkingsgroep, in de hoop dat dit de relaties met de stammen in de provincies aan de grens met Pakistan ten goede komt.